Proactief samenwerken

 

Maak een start met

NLP Team Coaching

Dit artikel gaat over teams. Wellicht ben je leidinggevende, manager, maak je onderdeel uit van een team, misschien ben je ook wel coach of trainer of heb je een andere reden waarom je interesse in teams hebt.

Over teams wordt vaak ingewikkeld gedaan. En dat is ook logisch, want teams, afdelingen en organisaties hebben te maken met vele invloeden zowel van binnenuit en van buitenaf. En… er werken mensen…!

In dit document bespreken we een aantal basisprincipes van teams. We maken gebruik van een metafoor. Dat maakt het makkelijk verbindingen te leggen en verbanden te vinden.
De metafoor is uiteraard niet alles omvattend en kent ook beperkingen, maar de
overeenkomsten zijn dusdanig groot dat het toch makkelijk wordt om parallellen te trekken en hiervan te leren.

Richard Kaart
Senior sparring partner voor teams op alle niveaus in de organisatie. 

NLP master trainer met 20 jaar internationale ervaring in teams.

Kernwoorden: pragmatisch, doelgericht en fun!

Teamsport als metafoor

Zoals gezegd, maken we gebruik van een metafoor om de dynamiek in teams uit te leggen. Sport is bij uitstek een bruikbare metafoor en in het bijzonder het professionele voetbal.

Het professionele voetbal is een goede metafoor omdat iedereen er wel een mening over heeft en er gaat veel geld in om.
Net zoals organisaties: iedereen heeft er een mening over en er gaat veel geld in om.

Nogmaals, gaan niet alle gelijkenissen 1-op-1 op, maar de overeenkomsten zijn over het algemeen groter dan de verschillen. Laten we beginnen!

 

“Het NLP Communicatiemodel

biedt een gestructureerde aanpak

voor team coaching”

 

Een supertoffe middag …

Als teams winnen hebben ze altijd plezier. De sfeer is goed. Iedereen komt met goede energie. De vrijwillige team-uitjes worden goed bezocht. Men is bereid elkaar te helpen, te steunen, te coachen en men is bereid om ook die hulp te ontvangen en te aanvaarden. Winnende teams scoren, halen hun doelen en klanten zijn tevreden. Alles loopt op rolletjes. Het team zit in een goede flow, winning-mood.

Soms gaat het ook anders. Dat wordt dan vaak vastgesteld met een klantentevredenheidsonderzoek. Intern moeten er acties ondernomen worden om het cijfer uit het onderzoek weer omhoog te krijgen. Dan blijkt dat het vaak ‘rommelt’ in het team. Teambuildingsuitjes worden georganiseerd. We gaan met z’n allen een middagje kanoën op de Veluwe, bowlen op het strand of stuntrijden met een rollator, ik noem maar wat.

We hebben lol en we leren elkaar op een andere manier kennen. We hebben een supertoffe middag gehad, maar maandag blijkt er uiteindelijk toch niet zo veel veranderd te zijn. Dan komt iemand met een heldere ingeving en vertelt dat het niet goed gaat met feedback geven. Er komt een training feedbackgeven. Werkt uiteindelijk ook niet. Dan maar een training Vergaderen. Er wordt veel gelachen, veel herkenning, maar maandag is het toch weer hetzelfde. 

En zo worden er veel initiatieven genomen, maar effect heeft het niet.

 

Waarom

Niet?

Team DNA

Om op die vraag antwoord te krijgen moeten we meer naar het ‘DNA’ van een team toe. Wat zijn de teamgedragingen, patronen en hoe denken teamleden (niet wat maar hoe)? 

Uitgangspunt is dat in de basis iedereen het beste doet wat binnen zijn/haar mogelijkheden ligt. Iedereen doet dat op zijn/haar eigen manier. De intenties zijn meestal uitstekend.

Kenmerken

Welke kenmerken kunnen we herkennen bij voetbal?

  1. Er is een duidelijk doel: winnen. Johan Cruyff verwoordde dat uitstekend en hier is geen speld tussen de krijgen: “je moet altijd zorgen dat je één doelpunt meer scoort als je tegenstander”. Het is zelfs zo dat er objecten op het voetbalveld staan die men ‘doelen’ heeft genoemd. Veel gerichter kan het natuurlijk niet!
  1. De kaders waar binnen gespeeld wordt, zijn duidelijk. Het veld heeft bepaalde afmetingen en de lijnen geven duidelijk aan waarbinnen het ‘spel’ gespeeld wordt. Er is ook een tijdskader: de wedstrijd duurt 90 minuten.

3. De regels zijn duidelijk voor iedereen. Hier wordt zelden tot nooit over gediscussieerd tijdens de wedstrijd. De regels veranderen ook niet tijdens het spel: er wordt niet gediscussieerd waar het doel moet komen te staan of wat er gedaan moet worden als de bal over een lijn gaat. Tijdens de wedstrijd gaan we het doel ook niet verplaatsen of de afmetingen wijzigen. Nee, het is allemaal helder en duidelijk voor iedereen.

4. De posities zijn vooraf ingenomen. Elk team heeft elf spelers en elke speler heeft een eigen taak en verantwoordelijkheid. De keeper heeft totaal andere taak en rol dan de spits bijvoorbeeld. De keeper mag ook wezenlijk andere dingen dan de spits en andere teamleden. In dat opzicht is hij heel bijzonder. Dat weten ze ook goed van elkaar en dat brengt ook de nodige verwachtingen over en weer en naar elkaar toe.

Iedereen zit altijd op het puntje van z’n stoel als de keeper in een van de laatste minuten/seconden mee gaat met een aanval. Andersom is het spectaculair wanneer een spits de bal van de eigen doellijn weet te keren en daarmee een tegendoelpunt voorkomt.

  1. Nog meer posities: het is tevens heel duidelijk wie de aanvoerder is. Hij draagt een duidelijk zichtbare band om z’n arm. En, het is duidelijk wie de coach is.

 6. Transfers: twee keer per jaar gaat het transfer-window open, zoals dat zo mooi heet. Dan begint de handel en worden spelers van de ene naar de andere club ver- en gekocht. Dit kan een zeer lucratieve business zijn en sommige clubs vinden min of meer hun bestaansrecht hierin: ze bestempelen zich als opleidingsclub.

 Wat er feitelijk gebeurt is dat clubs heel goed gaan kijken waar er mogelijk zwakke plekken zijn binnen het team. Vervolgens gaan ze op zoek naar een speler die die positie zo goed mogelijk kan invullen. Er wordt ook afscheid genomen van spelers die niet binnen het ‘plaatje’ vallen. Die speler wordt dan verkocht, verhuurd of zijn contract wordt niet verlengd. Zelfs de coach wordt geëvalueerd en soms ook getransfereerd.

 7. En dan de scheidsrechter. Bij het professionele voetbal is er een team van scheidsrechters en… eindelijk… ook een videoscheidsrechter. Ook hun rol is duidelijk in het geheel: ervoor zorgen dat het spel tussen de teams ordentelijk verloopt!

 8. Sponsors: om de club overeind te houden zijn er bedrijven die de club sponsoren. Voor de meeste clubs is deze volkssport toch altijd een financiële nachtmerrie en kunnen de meeste clubs niet zonder sponsors.

De deal is simpel: de club zorgt voor zichtbaarheid in ruil voor geld. Hiermee kunnen ze leuke dingen doen voor de club. Een bedrijf gaat sponsoren als het zich dusdanig verbonden voelt met de club dat ze hun naam er aan willen geven. Het levert commerciële voordelen op voor het betreffende bedrijf en vaak dient het ook een maatschappelijk belang.

9. Als laatste is er ook publiek bij. Dit is de belangrijkste reden dat professioneel voetbal überhaupt bestaat. Het zijn de mensen die een kaartje kopen en naar het stadion komen waardoor een club bestaansrecht heeft.

Het professionele voetbal wekt vaak de neiging dat het andersom is, dat het om de goedbetaalde jochies op het veld gaat. Maar puur vanuit existentieel oogpunt bestaat het professionele voetbal vanwege het betalende publiek. Daar doen ‘we’ het uiteindelijk voor: de fans!

Om op die vraag antwoord te krijgen moeten we meer naar het ‘DNA’ van een team toe. Wat zijn de teamgedragingen, patronen en hoe denken teamleden (niet wat maar hoe)? 

Uitgangspunt is dat in de basis iedereen het beste doet wat binnen zijn/haar mogelijkheden ligt. Iedereen doet dat op zijn/haar eigen manier. De intenties zijn meestal uitstekend.

Kenmerken

Welke kenmerken kunnen we herkennen bij voetbal?

  1. Er is een duidelijk doel: winnen. Johan Cruyff verwoordde dat uitstekend en hier is geen speld tussen de krijgen: “je moet altijd zorgen dat je één doelpunt meer scoort als je tegenstander”.

Het is zelfs zo dat er objecten op het voetbalveld staan die men ‘doelen’ heeft genoemd. Veel gerichter kan het natuurlijk niet!

  1. De kaders waar binnen gespeeld wordt, zijn duidelijk. Het veld heeft bepaalde afmetingen en de lijnen geven duidelijk aan waarbinnen het ‘spel’ gespeeld wordt. Er is ook een tijdskader: de wedstrijd duurt 90 minuten.

3. De regels zijn duidelijk voor iedereen. Hier wordt zelden tot nooit over gediscussieerd tijdens de wedstrijd. De regels veranderen ook niet tijdens het spel: er wordt niet gediscussieerd waar het doel moet komen te staan of wat er gedaan moet worden als de bal over een lijn gaat. Tijdens de wedstrijd gaan we het doel ook niet verplaatsen of de afmetingen wijzigen. Nee, het is allemaal helder en duidelijk voor iedereen.

4. De posities zijn vooraf ingenomen. Elk team heeft elf spelers en elke speler heeft een eigen taak en verantwoordelijkheid. De keeper heeft totaal andere taak en rol dan de spits bijvoorbeeld. De keeper mag ook wezenlijk andere dingen dan de spits en andere teamleden. In dat opzicht is hij heel bijzonder. Dat weten ze ook goed van elkaar en dat brengt ook de nodige verwachtingen over en weer en naar elkaar toe.

Iedereen zit altijd op het puntje van z’n stoel als de keeper in een van de laatste minuten/seconden mee gaat met een aanval. Andersom is het spectaculair wanneer een spits de bal van de eigen doellijn weet te keren en daarmee een tegendoelpunt voorkomt.

  1. Nog meer posities: het is tevens heel duidelijk wie de aanvoerder is. Hij draagt een duidelijk zichtbare band om z’n arm. En, het is duidelijk wie de coach is.

 6. Transfers: twee keer per jaar gaat het transfer-window open, zoals dat zo mooi heet. Dan begint de handel en worden spelers van de ene naar de andere club ver- en gekocht. Dit kan een zeer lucratieve business zijn en sommige clubs vinden min of meer hun bestaansrecht hierin: ze bestempelen zich als opleidingsclub.

 Wat er feitelijk gebeurt is dat clubs heel goed gaan kijken waar er mogelijk zwakke plekken zijn binnen het team. Vervolgens gaan ze op zoek naar een speler die die positie zo goed mogelijk kan invullen. Er wordt ook afscheid genomen van spelers die niet binnen het ‘plaatje’ vallen. Die speler wordt dan verkocht, verhuurd of zijn contract wordt niet verlengd. Zelfs de coach wordt geëvalueerd en soms ook getransfereerd.

 7. En dan de scheidsrechter. Bij het professionele voetbal is er een team van scheidsrechters en… eindelijk… ook een videoscheidsrechter. Ook hun rol is duidelijk in het geheel: ervoor zorgen dat het spel tussen de teams ordentelijk verloopt!

 8. Sponsors: om de club overeind te houden zijn er bedrijven die de club sponsoren. Voor de meeste clubs is deze volkssport toch altijd een financiële nachtmerrie en kunnen de meeste clubs niet zonder sponsors.

De deal is simpel: de club zorgt voor zichtbaarheid in ruil voor geld. Hiermee kunnen ze leuke dingen doen voor de club. Een bedrijf gaat sponsoren als het zich dusdanig verbonden voelt met de club dat ze hun naam er aan willen geven. Het levert commerciële voordelen op voor het betreffende bedrijf en vaak dient het ook een maatschappelijk belang.

9. Als laatste is er ook publiek bij. Dit is de belangrijkste reden dat professioneel voetbal überhaupt bestaat. Het zijn de mensen die een kaartje kopen en naar het stadion komen waardoor een club bestaansrecht heeft.

Het professionele voetbal wekt vaak de neiging dat het andersom is, dat het om de goedbetaalde jochies op het veld gaat.

Maar puur vanuit existentieel oogpunt bestaat het professionele voetbal vanwege het betalende publiek.

Daar doen ‘we’ het uiteindelijk voor: de fans!

Gedoe bij voetbal

Wanneer ontstaat er nou gedoe bij het voetbal?

Vaak komt er gedoe van de iets te uitbundige fans. Dat zien we dan terug in het nieuws. De maatschappij betaalt hier vaak de prijs voor doordat politie en dergelijke ingezet moet worden. Maar goed, dat is een andere discussie.
Het echte gedoe op het veld tijdens de wedstrijd ontstaat altijd rondom de interpretatie van regels. Over feitelijke beslissingen bestaat doorgaans geen gedoe. Een bal is over de lijn of niet. Maar wie ‘m het laatst heeft aangeraakt, is soms niet zo duidelijk waarneembaar.

Nog ingewikkelder wordt het bij overtredingen. De scheidsrechter constateert iets wat tegen de geschreven regels in gaat bijvoorbeeld, een tackle die niet door de beugel kan. Hier heb je precies het probleem want wiens maatstaven worden hier gehanteerd? En hoe wordt de strafmaat bepaald? Dit is goed gedocumenteerd, maar het komt op de waarneming en interpretatie van de scheidsrechters aan. 

Een ander discutabel element in het voetbal is de speeltijd. Die staat vastgesteld op 90 minuten, maar de onderbrekingen worden bij de tijd geteld en zo kan een wedstrijd meer dan 90 minuten duren. In andere sporten zoals hockey en basketbal wordt de zuivere speeltijd gehanteerd. Dat is veel makkelijker en ook weer duidelijk voor iedereen. In dat kader zie je het conservatisme van de voetbal-industrie!

Waar nooit gedoe over is, is het doel! Dat is altijd duidelijk: doelpunten maken en altijd eentje meer dan de tegenstander, zoals Cruijff al zei. Soms gaat het mis. Als spelers uit hun positie gaan. Dat gebeurt wanneer bijvoorbeeld een aanvaller gaat mee verdedigen. We moeten elkaar helpen, maar dat is niet per se zijn kwaliteit. Soms gaat een verdediger mee helpen in de aanval. Dat kan lucratief zijn, maar ook gevaarlijk. En spelers kunnen elkaar soms letterlijk in de weg lopen of elkaar de bal niet gunnen.

Leuk deze verhandeling over voetbal, maar wat heb ik eraan?

Waarschijnlijk snap je al dat heel veel van deze opsommingen terug te leiden zijn naar je eigen team.

Uiteraard zijn er ook verschillen. We focussen voor nu even op de overeenkomsten.

Nog ingewikkelder wordt het bij overtredingen. De scheidsrechter constateert iets wat tegen de geschreven regels in gaat bijvoorbeeld, een tackle die niet door de beugel kan. Hier heb je precies het probleem want wiens maatstaven worden hier gehanteerd? En hoe wordt de strafmaat bepaald?

Dit is goed gedocumenteerd, maar het komt op de waarneming en interpretatie van de scheidsrechters aan. 

Een ander discutabel element in het voetbal is de speeltijd. Die staat vastgesteld op 90 minuten, maar de onderbrekingen worden bij de tijd geteld en zo kan een wedstrijd meer dan 90 minuten duren. In andere sporten zoals hockey en basketbal wordt de zuivere speeltijd gehanteerd. Dat is veel makkelijker en ook weer duidelijk voor iedereen. In dat kader zie je het conservatisme van de voetbal-industrie!

Waar nooit gedoe over is, is het doel! Dat is altijd duidelijk: doelpunten maken en altijd eentje meer dan de tegenstander, zoals Cruijff al zei. Soms gaat het mis. Als spelers uit hun positie gaan. Dat gebeurt wanneer bijvoorbeeld een aanvaller gaat mee verdedigen. We moeten elkaar helpen, maar dat is niet per se zijn kwaliteit. Soms gaat een verdediger mee helpen in de aanval. Dat kan lucratief zijn, maar ook gevaarlijk. En spelers kunnen elkaar soms letterlijk in de weg lopen of elkaar de bal niet gunnen.

Leuk deze verhandeling over voetbal, maar wat heb ik eraan? Waarschijnlijk snap je al dat heel veel van deze opsommingen terug te leiden zijn naar je eigen team.

Uiteraard zijn er ook verschillen. We focussen voor nu even op de overeenkomsten.

Gedoe bij organisaties

Bij sport is het doel doorgaans heel duidelijk. In organisaties ontbreekt het vaak juist aan die duidelijkheid. Dat zorgt voor gedoe, meer communicatie, meer vergaderen en e-mailen, ruzies en nog meer van dat soort gedoe.

Gedoe in je team zorgt dat doelen niet gehaald worden, het plezier is weg, de sfeer is niet goed, de energie is eruit.

De team-uitjes… dat doen we al lang niet meer, want er komt toch niemand. Mensen zorgen dat hun eigen straatje schoon is en doen wat nodig is.

Anderen helpen…??? Of hulp ontvangen van die collega?? Nou, echt niet! Er is ziekte en verzuim, misschien zelfs iemand met een burn-out, mensen vertrekken. En de leidinggevende weet het ook even niet meer. Duidelijk een team met gedoe.

Hoe vertaalt de metafoor van het voetbalspel zich naar teams binnen organisaties?

“in organisaties ontbreekt het vaak aan duidelijkheid”

Welke overeenkomsten zijn er? en wat kunnen we hieruit leren?

1. Doel: in sport is er een duidelijk doel.

Geen discussie. In organisaties zijn er vaak meerdere doelen en teams hebben vaak ook meerdere doelen. In veel gevallen is het in teams niet meer helder wat nu het echte doel is. Dat staat nog los van waarom dit het doel is. Als hier onduidelijkheid over bestaat dan worden ze doorgaans niet gehaald. En als doelen wel worden gehaald dan hebben mensen daar niet per se een goed of trots gevoel bij. Ze voelen zich namelijk geen eigenaar.

En uiteraard is het dan niet gemakkelijk om iedereen dezelfde richting op te krijgen.Al is het doel duidelijk dan nog kunnen er misverstanden bestaan over de interpretatie hiervan en de route er naartoe. Bij sport is het simpel: de bal moet gewoon in het netje liggen van de andere partij. Het doel is glashelder en de route ook: alle ballen naar voren! Maar in organisaties is dat vaak niet zo helder.

Team coaching is dan ook onder andere gericht op de communicatie rondom het doel en de te volgen route. Het gebeurt ook weleens dat we eerst een stap terug moeten doen omdat de ‘waarom-vraag’ niet voldoende beantwoord is.

Waarom is dit eigenlijk ons doel, waarom bestaan we eigenlijk als afdeling of team? Zeer existentiële vragen en als die niet gevoeld worden door (delen van) het team dan zit iedereen anders in de ‘wedstrijd’ met grote gevolgen voor de teamperformance.

2. Zijn de kaders helder?

Wat is ons speelveld? Binnen welke lijnen mogen wij als team opereren? Als het doel en de route helder zijn, maar de kaders zijn niet expliciet gemaakt dan wordt alles lastig.

3. Wat zijn de spelregels?

Wat mogen we wel en niet? Soms zijn regels formeel opgesteld of aanwezig en vaak zijn er onbewuste regels. Een wedstrijd zonder regels en procedures is in feite geen wedstrijd. Stel je eens voor wat er dan allemaal zou gebeuren.

De meeste mensen krijgen jeuk of kippenvel van regels, maar ze zijn simpelweg nodig. Het ene team heeft meer regels nodig dan een ander team. Maatwerk, dus.

In teams waar wij actief zijn gaat dit van heel groot tot heel klein. Dus, van werkprocedures, taken, verantwoordelijkheden en afspraken tot aan ‘hoe lang mag ik pauze hebben?’. Heel breed dus en alle kanten op.

4. De posities.

Nu wordt het wat spannender binnen een team. Binnen ons voetbalteam is dit net als alle andere dingen: over het algemeen simpel.

In organisatieteams moet helderheid bestaan over elke positie, want dat bepaalt wat ik van jou mag verwachten. Je mag van een keeper heel andere dingen verwachten dan van de spits, bijvoorbeeld. Als ik speler van zo’n team ben, dan weet ik wat ik redelijkerwijs kan verwachten als ik de bal naar jou toe speel. Mijn positie is ook helder als ik de bal even terugspeel of juist vooruit. Ik weet hoe ik me verder moet opstellen en verplaatsen zodat we het doel kunnen halen.

Deze helderheid moet ook binnen een organisatie, afdeling en team bestaan. Als ik dan een vraag heb, een probleem, of ik heb informatie nodig, dan weet ik waar ik naartoe kan gaan, ik weet wat ik kan verwachten.

Vaak gebeurt het tegenovergestelde. Ik heb een vraag of probleem en ik loop naar verschillende personen. Die zijn misschien wel bereid om te helpen maar feitelijk schiet ik niets op, want ze kunnen me niet helpen of hebben niet de juiste bevoegdheden. Het bekende kastje-en-muur principe.

Uiteraard, ben ik natuurlijk veel effectiever als ik het direct bij de juiste persoon kan neerleggen van wie ik ook weet dat het zijn/haar taak is om mij daar bij te helpen. Het onderwerp van posities is een van de belangrijkste elementen in team coaching en teamtraining.

5. En dan zijn er nog de bijzondere posities: de aanvoerder en de coach.

In teams is er ook een ‘coach’ die heet dan leidinggevende. Soms is er binnen een team ook een niet-formeel aangestelde aanvoerder. Oftewel de persoon met wie de leidinggevende binnen het team vaak overlegd.

Deze persoon weet dan vaak net iets meer dan de andere teamgenoten. Hij/zij wordt in vertrouwen genomen. En iedereen weet dat die persoon dan iets meer weet dan de rest, maar niemand weet wat hij of zij dan weet. Gedoe dus, zeker als de persoon niet formeel is aangewezen en formeel die rol niet heeft. Dat geeft wrijving binnen het team (en levert niet direct glans op!).

6. In teams, tussen teams en afdelingen en tussen organisaties ontstaan ook soms ‘transfers’. Binnen de organisatie gaat het over promoties. Degradaties komen meestal niet voor. Dat wordt dan vaak ontslag.

Teambuilding is een ongelooflijk belangrijk instrument. Vaak wordt hier – helaas – gedacht aan de bekende teamuitjes zoals we eerder noemden.: middagje bijen vangen tegen de zon in, praatpaal toeteren voor beginners of onderwater ballonnen blazen, ik noem maar wat. Allemaal leuk, we leren elkaar anders kennen en ‘we zijn er effe uit met z’n allen’, maar resultaat op de werkvloer: nagenoeg nul.

7. In sport is er altijd tenminste één tegenstander en daarom is er een scheidsrechter nodig. 

In organisaties zou je kunnen zeggen dat de concurrentie de tegenstander is. Er is dan vaak geen directe scheidsrechter aanwezig.

 

“de concurrentie is je tegenstander”

8. Sponsoren: in sport teams hebben we daar ook niet vaak mee te maken. Sponsoren bestaan wel in organisaties. Denk maar eens aan afdelingen of systemen die het team ondersteunen met een benodigd budget of zo. Of echte sponsoren als het om maatschappelijke organisaties gaat zonder winstoogmerk.

9. We hebben in organisaties natuurlijk wel publiek. Dat zijn onze klanten. Vaak denken we dan aan externe partijen aan wie we goederen of diensten leveren en het kunnen ook interne partijen zijn aan wie we iets moeten leveren, interne klanten, dus. Uiteindelijk doen we het hierom, maar soms is dit zo ver uit beeld geraakt dat we niet meer zien voor wie we het echt doen. Onze ‘interne klanten’ zijn tegelijkertijd ook onze collega’s en dan gebeurd het dat we die niet op een klantvriendelijke manier behandelen. Wat daarbij komt is dat dit ook belastend ervaren kan worden voor het team.

Goed beschouwd zijn er dus heel veel risico’s om het niet goed te doen en medewerkers niet goed te laten functioneren door allerlei omstandigheden met name ook doordat we de kennis niet hebben hoe we met teamdynamiek moeten omgaan.

Aan de andere kant zijn er ook heel veel mogelijkheden om het juist wél goed te doen. We hebben heel veel schuifjes of knoppen waar we veel invloed op kunnen uitoefenen waardoor resultaten weer goed worden of zelfs nog beter. En daarmee neemt ook de sfeer en het plezier weer toe.

Teambuilding gaat over een aantal belangrijke vragen:

– Waar staan we nu?

– Waar willen we naartoe?

– Wat houdt ons tegen?

Om het ideale team vast te stellen moeten we weten wat de aard van het team is. Daarna kunnen we onderzoeken welke patronen, manieren van denken, kwaliteiten en gedragingen nodig zijn om het ideale team te vormen. Dat kan alleen als invulling is gegeven op onder andere bovengelegen vragen.

Wil je wekelijks de “Tips van Vera” ontvangen (alleen tips, geen reclame)?

Vul dan onderstaand formulier in. 

Gratis tips voor de gezondst mogelijke communicatie!

Goed om te weten Je ontvangt elke vrijdagochtend mijn trainingtips. Ik stuur je geen aanbiedingen of reclame, wel volg ik de kliks op mijn website. Ik ga zorgvuldig om met je gegevens volgens onze privacyverklaring. Je kunt je altijd uitschrijven.